Soms ontmoet je iemand die zo’n enorm inspirerend verhaal heeft dat je vanaf de eerste minuut geboeid bent. An Gaiser van INSA heeft geen makkelijke start in het leven gehad maar dankzij een dosis wilskracht en doorzettingsvermogen heeft zij bereikt waar ze nu staat.

Kun je wat vertellen over jouw start in het leven?

“Ik ben eigenlijk van jongs af aan al bezig met observeren. Mijn ouders hebben beiden psychische problemen. Mijn moeder heeft borderline met daaraan gekoppelde psychoses en mijn vader zit vermoedelijk in het spectrum autisme; aan de Asperger-kant. Thuis waren er veel ruzies waardoor ik me als kind heel onveilig voelde. Altijd was ik aan het observeren wat er gebeurde.”

Hemeltjelief. Dat klinkt heftig.

“Ja, dat was het ook. Toen ik 12 jaar was, gingen mijn ouders uit elkaar. Mijn broertje en ik gingen bij mijn moeder wonen en om het weekend zag ik mijn vader. Maar, de psychoses van mijn moeder werden heftiger en niemand kon het thuis meer opvangen. Tel daarbij op dat ik ook de zorg voor mijn broertje overnam, zodat ik eigenlijk in een ouderrol terecht kwam.”

Hoe heeft je dat gevormd?

“Wat je meemaakt en wat je verteld wordt, neem je mee. Al jong besefte ik dat wat mensen doen niet altijd iets zegt over wat ze zijn. Mijn moeder, bijvoorbeeld, vertelde dingen die niet klopten. Bij haar liepen realiteit en fantasie door elkaar. Ik koos, als je van kiezen kunt spreken, om te overleven. Aan de oppervlakte ging ik mee maar onder de oppervlakte zocht ik grenzen op. Mijn broertje werd agressief en opstandig door gebrek aan structuur.”

Ik kan mij voorstellen dat het ook op school niet goed ging.

“Daar werd ik gepest. Ik was een teruggetrokken kind met een zwak gestel. Er werd thuis natuurlijk nooit op voeding gelet en ik was een slechte slaper omdat ik waakzaam was. Dus ging ik uiteindelijk naar het VBO waar ik Consumptieve Technieken studeerde. Ik bleek goed te kunnen koken. Tijdens het examen zag de examinator dat ik, naast het koken, aanleg had om te leren. En hij stelde voor dat ik door zou gaan studeren. Maar ik zei dat ik moest gaan werken om geld te verdienen voor ons onderhoud. En ik zag hem tijdens het weglopen denken ‘daar heb je er weer zo één’. Ook dat neem je dan mee.”

Was er dan niemand die op jullie lette? Jeugdzorg bijvoorbeeld?

“Uiteindelijk wel. Toen mijn broertje uit frustratie begon te slaan. De politie is wel eens gebeld omdat het uit de hand liep. Toen is jeugdzorg ingeschakeld en mijn broertje uit huis geplaatst. Vervolgens ging mijn moeder bij haar nieuwe vriend wonen en zat ik, op mijn 17e, alleen in een armzalig flatje. Zodra ik kon ben ik op kamers gaan wonen en heb in de loop der jaren alle contacten met mijn ouders en broertje verbroken. Vooral omdat ik mezelf moest beschermen.”

Wat ben je toen gaan doen?

“Ik ben gestart met een opleiding Sociaal Pedagogisch Werk. Het vak psychopathologie vond ik fascinerend. Vooral omdat ik bang was dat ik hetzelfde zou kunnen krijgen als mijn ouders. Dus eigenlijk deed ik deze opleiding om mezelf te onderzoeken. En ik kwam tot de conclusie dat als je hersens op een bepaalde leeftijd ontwikkeld zijn en er nog geen stoornis is, dan is de kans groot dat je schoon blijft.”

Heb je deze opleiding afgerond?

“In drie jaar zat ik op MBO niveau 4. En omdat ik alles zelf moest betalen, heb ik allerlei bijbaantjes gehad voor 60 tot 80 uur in de week. Thuiszorg, schoonmaak, het wassen van demente ouderen, noem het maar op. En ook stage gelopen op een school voor moeilijk lerende kinderen en in de psychiatrie. Vervolgens heb ik toelatingsexamen gedaan voor HBO Maatschappelijk Werk en Dienstverlening. Daar kon ik in het tweede jaar starten. En heb ik stage gelopen bij de Reclassering van het Leger des Heils. In zes jaar tijd heb ik een MBO en HBO studie afgerond.”

WOW! Wat een prestatie als je zo’n achtergrond hebt.

“Waarschijnlijk wilde ik onbewust laten zien dat ik, als kind uit een randgezin, ook goed terecht kan komen. Dankzij mijn doorzettingsvermogen onder andere. Van nature ben ik actiegericht. Als iets moeilijk is, ga ik door totdat ik een oplossing heb. Als er vroeger, bijvoorbeeld formulieren voor school moesten worden ingevuld, als er boodschappen gedaan moesten worden, als er eten op tafel moest komen, An regelde het wel. Van mijn slechte situatie heb ik mijn kracht kunnen maken. Dat komt ook omdat ik me met goede mensen ging omringen toen ik op kamers ging wonen.”

Hoe keken andere mensen naar jou?

“Ik werd gezien als ambitieus. Volgens anderen had ik geen aandacht voor mijn omgeving. Ik was hard in hun ogen, voor mezelf maar ook voor anderen. Ik stond nooit stil, was altijd bezig. Met studie en daarnaast vele uren werken om alles te kunnen betalen. Maar ik was tegelijkertijd super eenzaam. En ben er in mijn zoektocht achter gekomen dat ik moest leren loslaten. Zaken die mij niet konden dienen, moest ik achter me laten. Dus ook alle contacten met mijn verleden verbreken. Anders kon ik niet vooruit.”

Wat vinden je ouders daarvan?

“Met mijn vader heb ik nog een keer koffie gedronken. Maar hij is zwaar gelovig en toen bleek dat hij totaal niet geïnteresseerd was in mij en mijn verhaal, ben ik weggelopen. Het oordeel van God hoef ik niet te horen. Mijn moeder heeft inmiddels een IQ van 65 en begrijpt het niet meer. Mijn ouders kunnen mij niets bieden maar omgekeerd geldt hetzelfde: ik kan hen ook niets bieden.”

Interessant, vooral jouw motivatie. Voor mijn gevoel blijkt daaruit dat je heel erg naar jezelf kijkt en hoe je je levenservaringen om kunt zetten in iets positiefs. Klopt dat?

“Ja, dat is zo. Ik ben continu dingen aan het uitzoeken. Eerst bij mezelf reflecteren. Maar vooral ook observeren en risico’s inschatten. Dat doe ik natuurlijk al van jongs af aan. En het komt inmiddels allemaal bij elkaar. Wat maakt dat ik deze route heb gevolgd en niet aan de onderkant terecht ben gekomen? Wat is de succesfactor dan geweest?”

Nou, vertel: wat is die succesfactor dan?

“Ik heb jarenlang gewerkt bij de Reclassering en de AIVD. Als je bij de Reclassering terecht komt, is er altijd iets aan de hand. Wat ik dan interessant vind is, waar komt de oorsprong van jouw gedrag vandaan? Wat is er gebeurd in jouw leven waardoor je hier terecht bent gekomen? En bij de AIVD werkt het juist omgekeerd. Daar is juist de vraag: wat zou er in de toekomst mis kunnen gaan? Ik heb mensen begeleid, mensen opgeleid, ik heb onderzoek en screeningen gedaan etcetera. Dus eigenlijk het hele spectrum van het menselijk gedrag onderzocht en daar heb ik inmiddels 20 jaar ervaring mee.”

Hoe kun je jouw kennis en ervaring inzetten?

“Je zou kunnen zeggen dat dát mijn missie is. Met mijn achtergrond wil ik mensen inspireren maar vooral ook bewust maken. Bewustwording bijvoorbeeld rondom oordelen. Zwart – wit denken kent veel nadelen. Probeer vooral open te staan voor nuances. En toen kwam INSA op mijn pad.”

Het Instituut voor Non-verbale Strategie Analyse. Daar ben jij inmiddels partner geworden. Wat doet INSA precies?

“Toen ik nog bij de AIVD werkte, werd mij gevraagd wat ik nog wilde leren. Toen heb ik een business case geschreven en een opleiding tot Master Non-verbale Strategie Analyse gedaan. Voor de AIVD was dit perfect want het was een methode om het werk beter te doen. Vervolgens ben ik de INSA-methode zelf in de screeningen gaan gebruiken, heb rapporten geschreven en andere afdelingen getraind. Om licentiehouder van INSA te worden, heb ik in 2014 ‘AboutFace’ opgericht. Vanuit hier deed ik trainingen en coaching om mijn vaardigheden te laten zien en bij te houden. En ben vervolgens gevraagd om Managing Partner in Opleiding bij INSA te worden. En inmiddels volwaardig partner.”

“Wat INSA doet is eigenlijk het verbinden van de verbale en non-verbale communicatie. Wat zegt iemand in woorden en wat laat hij of zij vervolgens in het gezicht zien? Klopt dat met elkaar of zit daar een discrepantie? We doen wetenschappelijk onderzoek in samenwerking met de VU in Amsterdam. Het doel van onze methode is juist niet om te oordelen maar om zaken bijvoorbeeld in context te plaatsen.”

Je hebt nog een bedrijf, Yoginian genaamd. Van daaruit doe je yogacoaching. Hoe ben je daartoe gekomen?

“Al van toen ik jong was, heb ik een lichaam waarbij geregeld zaken uit de kom schieten. Sinds een aantal jaren weet ik dat ik de bindweefselziekte Ehlers Danlos Syndrome (EDS) heb. Dat betekent dat ik veel moet sporten om mijn lijf gezond te houden. Als ik dat niet doe, dan zou ik in een rolstoel kunnen belanden.”

Jemig. Dat kan er ook nog wel bij. Hoe breng jij je lijf dan weer in balans?

“Ook hier heb ik veel onderzoek naar gedaan. En aangezien ik eigenwijs ben, heb ik zelf onderzocht wat goed voor mijn lichaam zou zijn. Ook al werd yoga mij afgeraden omdat ik daar nóg flexibeler van zou worden. En zo kwam ik terecht bij Ashtanga Yoga.”

Wat is dat?

“Ashtanga betekent letterlijk acht ledematen. Het verwijst naar de acht ‘takken’ die binnen yoga worden onderscheiden waarbij iedere tak een eigen thema heeft. Zo is er een over ademhaling, een over het naar binnen richten van de aandacht en zijn er diverse gewijd aan regels van sociaal gedrag. Het zijn geen opeenvolgende stadia, maar verschillende ingangen om tot een breder en dieper bewustzijn te komen.”

Dus yoga helpt jou en jij geeft dit ook weer door aan anderen?

“Bij de AIVD had ik een klein hoekje gecreëerd waar ik mijn oefeningen ging doen. Vervolgens zagen mensen dat en gingen steeds meer mensen met mij meedoen. Na afloop kreeg ik dan veel vragen dus had ik een soort spreekuur. Vandaaruit is de persoonlijke yogacoaching ontstaan. Maar, dat deed ik toen vooral op intuïtie en niet op kennis.”

Ik voel hem aankomen. Je ging een yogaopleiding doen. Klopt dat?

“Ja zeker. Bij de AYA (Ashtanga Yoga Academy) en heb ook uren moeten volgen bij een yoga-guru, in dit geval Manju Jois, de zoon van een Sri Pattabhi Jois die weer één van de grondleggers van deze yogavorm is. Elk jaar komt Manju Jois naar Nederland om een teacher training te geven. Vervolgens heb ik naast mijn werk nog les gegeven op mijn eigen yogaschool in mijn vrije tijd.”

En nu komt alles bij elkaar.

“Hoe mooi is het, hè? ‘The body keeps the score’. In ieders lichaam komt alles bij elkaar. De start in mijn leven heeft mij gebracht waar ik nu ben. Ik ben mijn eigen instrument omdat ik mijzelf ben gaan onderzoeken. INSA is op mijn pad gekomen omdat ik als kind veel aan het observeren was. En ik een fascinatie heb voor het menselijk gedrag. Dankzij Ashtanga Yoga maak ik mijn eigen lijf sterker. De combinatie van fysieke en mentale inspanning levert mij elke dag zoveel op dat ik mijn kennis en ervaring graag wil doorgeven. Zodat we meer vragen aan elkaar gaan stellen en we minder gaan oordelen. Zo leren we genuanceerder te kijken. Zodat we meer begrip voor elkaar opbrengen en daardoor de wereld een stukje mooier wordt.”

En dat bewonder ik in An. Doorzettingsvermogen in combinatie met wilskracht. Van iets ‘negatiefs’ iets positiefs maken. Verder kijken dan alleen hetgeen je ziet. En vertrouwen hebben dat het goed komt. Maar tegelijkertijd goed voor jezelf zorgen. Zodat je mentaal en fysiek in balans komt. Jezelf op 1 zetten want je begint allereerst met het goed voor jezelf zorgen. Pas dan, kun je goed voor een ander zorgen. En terwijl ik dit opschrijf, denk ik aan een lied van Whitney Houston, The greatest love of all. ‘Learning to love yourself’ is een zin uit dit lied. Pas wanneer je dat hebt bereikt, kun je delen en verbinden met anderen. Wat een mooi gesprek was het weer en wat een mooie inzichten. Om af te sluiten met een citaat van An dat in een sessie bij mijn eigen yogacoaching naar voren kwam: “Neem af en toe pauze om je krachten opnieuw te bundelen. Anders gaat een ander er met jouw kracht vandoor.”

Interview #10 uit de serie ‘Op Reis met de TeamReisLeider’